Natuurlijke doping: waarom doet iemand aan duursport?

Iedereen die niet fietst, of eigenlijk iedereen die niet aan duursport doet, vraagt zich af wat iemand bezielt om gedurende een lange tijd een grote inspanning te leveren, hetzij in wedstrijdverband, hetzij in een training.

Een deel van deze vraag kan beantwoord worden aan de hand van een biologische verklaring: het lichaam maakt immers een aantal stoffen aan, waaronder endorfine en adrenaline, die er voor zorgen dat het prestatievermogen omhoog gaat én dat de sporter in een prettige, euforische stemming komt. Dit laatste staat ook wel bekend onder de ‘lopersroes’, maar het gaat eigenlijk op voor élke duursport zoals fietsen, schaatsen, langlaufen, roeien, etc. Overigens is het andere deel van de verslaving geestelijk, maar daar ga ik in dit stuk niet op in.

Volharding is nodig omdat deze lichaamseigen stoffen (hormonen) worden pas na een bepaalde tijd en bij een bepaald inspanningsniveau worden aangemaakt. Diegenen die nooit de volharding kunnen tonen om een dergelijke inspanning te leveren, zullen dus nooit kennis kunnen maken met de roes van de duursporter en kunnen ze ook nooit begrijpen waarom iemand een dergelijke inspanning als prettig of misschien wel ontspannend ervaart. En daarom zijn de vruchten die gegeten kunnen worden met hard werken het zoetst: het gevolg is dat duursport geen instant-ervaring is, iets waar de huidige maatschappij helaas mee doorspekt is. Overigens moet de roes ook niet te letterlijk worden genomen: het is meer een prettig gevoel, dan compleet-van-de-wereld-af zijn.

De herkomst. Ooit, toen de mens jager en verzamelaar was, de vrouwen op zoek gingen naar vruchten en de mannen hun leven waagden om een oeros of antilope te doden, werd de basis gelegd voor de menselijke fysiek. Om een dier te kunnen vangen dat groter was dan hemzelf, moest de mens, die niet bijzonder sterk of snel was, een geheim wapen hebben dat hem gelijkstelde met de gevaarlijkste roofdieren. Geen gif- of wurgtechnieken waren hem gegeven, maar iets veel eenvoudigers: zijn uithoudingsvermogen. Slechts weinig dieren overtreffen de mens in lange adem en koelsysteem. De mens is ‘het toppunt van langeafstandslopen in de natuur’.

De verklaring waarom het menselijk lichaam deze stoffen aanmaken is dus evolutionair: diegenen die in de vroege prehistorie een behoorlijke lichamelijke inspanning konden leveren, denk aan jagen en vluchten, waren ook degenen die het overleefden. Het zou dus wel eens zo kunnen zijn dat de verslaving aan endorfines vroeger de ‘biologische norm’ was: zonder endorfines zou je niet genoeg kunnen presteren om voor roofdieren weg te lopen of om achter prooidieren aan te rennen.

Endorfine

De voor duursporters de belangrijkste stof die door het lichaam wordt aangemaakt is endorfine. Het woord endorfine is een samenstelling van ’endo’ (inwendig) en ’morfine’. Endorfine is de natuurlijke variant van morfine en heeft dus een aantal overeenkomsten: euforisend, pijnonderdrukkend en verslavend. In tegenstelling tot morfine is endorfine prestatieverhogend terwijl morfine (dus) de prestatie verlaagt.

Verslaving. Het zal niemand verbazen dat sporters verslaafd kunnen raken aan endorfine: het is niet alleen zo dat men zich prettig voelt bij een training of een wedstrijd, maar als er niet getraind wordt of kan worden, dan is hij of zij chagrijnig en is er altijd een drang om zo snel mogelijk weer een inspanning te leveren. De verslaving kan zo hard doorwerken dat vaak zelfs met een blessure doorgetraind wordt, hier moet dus voor gewaakt worden! Sporters die met hun carrière stoppen, moeten in de regel rustig afbouwen om al te heftige afkickverschijnselen tegen te gaan.

Niet grensoverschrijdend. Ondanks het feit dat endorfine een pijnonderdrukker is, zal het lichaam nooit toestaan dat er een grens overschreden wordt, iets wat met niet-lichaamseigen stoffen zoals amfetaminen duidelijk wel gebeurt.

Adrenaline

Een ander hormoon dat aangemaakt wordt tijdens sporten, en specifiek bij beoefenaars van de wedstrijdsport, is adrenaline. Ook deze is pijnonderdrukkend en prestatieverhogend, maar werkt niet altijd en vaak kortstondiger.

Mijn persoonlijke ervaring met adrenaline als pijnonderdrukker is de volgende: toen ik eind 2001 met mijn racefiets over een motorkap van een auto geklapt ben, heb ik minimaal een kwartier rondgelopen, heb rustig de schade aan mijn fiets en aan de auto opgenomen en ook nog eens wat gedronken. Toen ik eenmaal ging zitten, heb ik twee weken (!) niet meer kunnen lopen en plat op bed moeten liggen omdat het kapsel van mijn knie opgerekt was. Hieruit blijkt wel dat adrenaline een bijzonder goede pijnonderdrukker is en kan helpen het lichaam in veiligheid te stellen in noodsituaties.

Adrenaline wordt niet zomaar aangemaakt. Daar is een zekere spanning voor nodig. Dit is zeker zo in een wedstrijd, let maar eens op het zenuwachtige gepraat en gegaap bij de start van cyclo, maar ook in andere situaties waar zich bijvoorbeeld onbekenden bij het (vaste) trainingsgroepje aansluiten.

Zoals bekend worden de grootste prestaties geleverd tijdens wedstrijden en kunnen sporters bovens zichzelf uit stijgen. Het zal duidelijk zijn dat adrenaline daar voor een (groot) gedeelte debet aan is.

Naschrift. Grappig, kwam dit tegen: http://www.nu.nl/wetenschap/2770345/mens-geevolueerd-duurtraining.html. Een bericht met exact dezelfde strekking (mijn originele artikel is gedateerd rond 2001), het lijkt wel alsof we elkaar hebben ‘geinspireerd’…

This entry was posted in Blog and tagged . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>