Schotland

FotogalerijDe mystiek

1994
Na mijn eerste kennismaking in 1987 met Schotland samen met Ellen, had ik altijd al het idee om hier naar terug te keren. Uiteindelijk heb ik Ger bereid gevonden om een kleine twee weken rond te lopen.

Het weerzien was wat ik er van verwachtte. Nadat ik de vorige keer 'alleen maar een kras aan het oppervlak' maakte, gingen we nu echt de onbewoonde wereld in trekken en onvoorwaardelijk te genieten van alles wat Schotland tot Schotland maakt: de uitgestrektheid, de onwaarschijnlijk mooie kleuringen die nog tijden nabranden op je netvlies.

Reisverslag
(27 mei tot 6 juni 1994, tekst Ger Willink)

Dag 0. Het valt niet mee om een haven in Rotterdam te vinden als je niet weet welk nummer die haven heeft. Want waar vertrok die boot naar Hull nu ook weer? Uiteindelijk bracht een pompbediende redding en zette Jef, Ellen en Glenn ons bij de juiste haven af. Ready for take off. Een soepele overnachting tussen een aantal stoelen en een goed ontbijt (reserves voor de tocht) deden ons via de bus in Glasgow belanden. Ons ticket ging maar tot Edinburgh, maar van de chauffeur mochten we mee tot Glasgow. In de bus raken we aan de praat met Joop. Hij gaat de West Highland Way lopen, de tweede poging. Zijn start is slecht, want aan boord is zijn portemonnee gerold, en hij zit nu wat krap bij kas. Gulle Gerrie besluit de arme Joop een bedrag te lenen (hfl. 125,-), waarop het gespeculeer kan beginnen of dat geld ooit terugkomt. Later (een paar manden later) kwam het allemaal goed. Vanuit Glasgow een mooie avondlijke treinreis naar het noorden. Het is prachtig weer en de vergezichten schitterend. Op het station met de mooie naam  “Bridge of Orchy” eruit. The middle of nowhere! De zon is al achter de bergen verdwenen, zodat er niet meer te lopen valt. Op een helling en tussen de graspollen zetten we de tent op. De eerste muggetjes zoemen rond onze hoofden.

Dag 1. De dag begint stralend. We lopen met onze torenhoge (Ger) en loodzware rugzakken over de West Highland Way. Onderweg een paar keer stoppen en vooral wat eten, dat scheelt toch weer wat grammen. De nutsen en marsen mochten ook weer mee, dus……. Langs het Kingshouse Hotel en via de Devil’s Staircase naar boven, waar we 'kampenement' maken. Het is een stuk kouder geworden als we voor de tent een lekkere slok whisky nuttigen. In de verte de besneeuwde Ben Nevis en andere bergtoppen. Het ziet er prachtig uit. Dan komt Ger erachter dat hij zijn bril heeft laten liggen bij onze vorige kampeerplaats. Een dure fout, maar geen reden om een dag terug te lopen. Geluk bij een ongeluk is dat Ger diezelfde avond een fotocamera vindt. We zijn nauwelijks mensen tegengekomen die dag, dus we hebben geen flauw idee van wie die kan zijn. Thuis, na het ontwikkelen van de foto’s, weten we pas wie het waren.

Dag 2. Vandaag is het guur weer. Geen zon meer, het is egaal grijs. We maken een doorsteek naar de dam van het Blackwater Reservoir en vervolgens nog een doorsteek naar de voet van Log Eilde Beag. De regenpakken mogen aan. Eten doen we in de luwte van een klein huisje. Tijdens de klim door de sneeuw van de Coire an Lochain, langs de top van de Binnein Mor (3700 Feet), waait het ook nog flink. Mark krijgt in de loop van de dag last van zijn knie. Met veel moeite des avonds de tent opgezet. De wind neemt in de loop van de avond verder toe en omdat we kamperen in een soort schoorsteen doet de wind zich nog meer gevoelen. De tent waait nagenoeg plat bij iedere nieuwe windstoot en veert vervolgens weer overeind als de wind een even gaat liggen. ’s-Nachts wordt er niet veel geslapen. De tentstokken vleien zich in ons gezicht als de tent neergaat en schieten vervolgens weer overeind. Fijn zo’n flexibele tent.

Dag 3. Vanwege de knieproblemen van Mark lopen we niet al te ver. Het motregent soms. We lopen Glen Nevis in en steken de Nevis over met een touwbrug. Langs een waterval gaan we omhoog, waar we na wederom een uur pollensnijden onze tent opzetten. Een prachtplek. Uitzicht op Ben Nevis, tussen de rotsen. Een dag die verder wordt benut om bij te slapen.

Dag 4. Doorgelift naar Fort William. Onderweg zien we spotters liggen die met verrekijkers de opnameset  beloeren van wat later de film Braveheart blijkt te moeten worden, hoofdrolspeler Mell Gibson wordt vooralsnog niet gesignaleerd. We kamperen op de plaatselijke camping, waar we mogen genieten van een 'hot shower'. Ook kan er geschoren worden, geen overbodige luxe. Tegen de avond naar Fort William zelf gelopen, weinig spectaculair.

Dag 5. Met Mark z’n knie lijkt het weer wat beter te gaan. We beklimmen vandaag (alleen met een dagrugzak) de Sgurr a’Mhaim, die onderdeel uitmaakt van de “Ring of Steal”. Andermaal de touwbrug genomen en daarna in een ruig toeristenloos landschap gelopen. Via de noordelijke flank lopen we naar de top. Er ligt nog veel sneeuw, ongewoon voor de tijd van het jaar. Afdalen doen we via de zeer steile westelijke flank, een goede test voor de knie. Andermaal een bewolkte dag. Bij terugkomst op de camping ontmoeten we Joop. Helaas voor hem was het weer niet gelukt de West Highland Way te volbrengen, een blessure (of gebrek aan karakter) had hem tot opgave gedwongen.

Dag 6. Vanuit Fort William nemen we de trein naar Spean Bridge. Langs een rivier gelopen, eerst in de zon, maar de rest van de dag in de regen. In de verte de achterzijde van de Ben Nevis. Bij een huis discussie over wie nu het eerst dit fotogenieke kot mag fotograferen. Dan maar alle twee een plaatje geschoten. Het blijft nat, al helemaal als we een rivier moeten doorwaden. Natter dan nat kan niet, dus nemen we de moeite niet om onze schoenen uit trekken. We overnachten in het brede dal van Lairig Leacach.

Dag 7. Verder gelopen naar de voet van Loch Treig, we kruisen het pad door de Glen Nevis. We buigen daarna snel naar rechts af, het dal van Alt Chrunachagan in. Langs het spoor komen we bij Corrour Station uit. Vandaag is het eindelijk mooi weer. Al valt er nog wel regelmatig een bui. Bij Loch Ossion zien we herten, ze lijken niet echt schuw. Na enkele honderden meters buigen we af in zuidelijke richting en lopen langs een berghelling. Kamperen doen we op een fascinerende plaats, “Corrour Old Station”, een vervallen (of nooit afgemaakte) huis met uitzicht op het Blackwater reservoir. In de verte de bergen die we een paar dagen geleden beklommen of waar we langsliepen. ’s-Nachts is het helder en dus koud.

Dag 8. We lopen nog een paar uur en komen dan uit bij Rannoch Station. End of the trail. Een bont gezelschap aan koeien verwelkomt ons. We krijgen een lift (niet van de koeien) en nemen in de eerste grote plaats een bus richting Edinburgh. Daar lopen we veel te lang om een camping te vinden. Gek om te ervaren dat je van twee uur lopen in een drukke stad veel eerder moe bent dan van een hele dag lopen de natuur. ’s-Middags toch nog wat tijd om de stad te bekijken en een pub te bezoeken. Voor Schotse begrippen is het heel zacht weer.

Dag 9/10. In de bus naar Hull komen we vriend Joop weer tegen, de rode draad deze reis. Ons nogmaals klem gegeten aan het ontbijtbuffet op de boot. Je bent Hollander of je bent het niet. Jef haalt ons ’s-morgens op in Rotterdam. Einde van een schitterende reis. Daarna business as usual.