De watervallen van Coo
Majestueus en mysterieus...

Fotogalerij

2006. Ardennen, 23 en 24 september, tekst Ger Willink.

Via Vught liep de route dit keer helemaal door de ondoordringbare buitenwijken van Eindhoven om Georgy op te halen. Georgy was de enige debutant voor deze barre tocht door de Ardennen. De buurman van Tom (Tom 2) en Henk lieten het om uiteenlopende redenen afweten. Niet echter Georgy. De bende van drie voor één (?) keer bende van vier? Via Luik en 'The Tubes' [mp3] ging het naar Stoumont. In mijn onschuld had ik vooraf gesuggereerd een route tussen Eupen en Monschau te gaan lopen, maar dat werd snel van tafel geveegd. Nee, bij Coo, Trois Ponts en Stavelot kon veel meer geklommen worden en was het landschap afwisselender. Nou dat hebben we geweten.

Om 12 uur vanuit Stoumont richting het kasteel van Froidecour. Vier paar rugzakken, waarvan de grootte en zwaarte behoorlijk varieerde. Georgy had niet in de gaten gehad dat een grote rugzak toch wel meer indruk zou maken op de talloze foto’s van Mark, dan het kleine exemplaar wat hij nu meenam. Hij had daarbij ook nog zijn slaapmatje vergeten. Dat in combinatie met de zware (militaire) slaapzak die hij aanvankelijk wilde meenemen (en kruislings op zijn borst had willen dragen), maar op ons advies had thuisgelaten, zou hem nog wel eens een koude nacht kunnen bezorgen. Dat dat kleine rugzakje overigens desondanks nog behoorlijk zwaar was, was een prestatie op zich.

Als vanouds had Mark zich de kaart en het routeboekje toegeëigend. Georgy wist nog niet van die taakverdeling en probeerde middels het leveren van commentaar op de route inspraak te verwerven. Het was dat Tom en ik hem daarop gehaast de gevoeligheden van Mark op dit punt uitlegden, anders was het wellicht al snel tot onenigheid in “de koers” gekomen.

Via wat capriolen het kasteel op de gevoelige plaat vastgelegd. Mark maakte er meteen twee of drie, waarover ik me even verbaasde, maar later niet meer. Mark maakt overal foto’s van. Daarna verder onder een monumentale spoorbrug en zes foto’s verder in de armen gelopen van een aantal Duitse dames op leeftijd. Ze wilden een mooie wandelroute weten – ik dacht dat ze op de foto wilden – waarna ze toch maar, om mij een plezier te doen, voor een foto poseerden. Hoe we erop kwamen weet ik niet meer, maar het verhaal ging van 40 plus naar 21 lentes en wat al niet meer. Ook “de vrouwtjes” van mijn werk kwamen weer langs.

Via Monceau ging het omhoog naar een transformatorpark. Zowaar een “aanwinst” voor het landschap. Als er een prijs voor landsschapvervuiling zou bestaan hadden wij hem voor dit weekend alvast vergeven. Intussen viel het op dat Mark wel erg veel foto’s van koeien maakte. Waarom, dat bleef onopgehelderd, we zullen het resultaat nog wel te zien krijgen, hier en hier. In de lange afdaling ging het behalve over 21 lentes volgens Tom ook erg vaak over “de Eddy Merckx”, de fietscyclo die Mark en ik gefietst hebben in een niet zo ver verleden. Het blijkt dat Mark elke ooit in Belgie gefietste meter kent en weet te reproduceren naar ‘hoe, wanneer en waarom’. Af en toe knikken en ‘ja, ja’ zeggen leidt overigens in dit opzicht alleen maar tot een meewarrig ‘pffffff’ uit de mond van Mark.

Diezelfde Mark zweepte het tempo samen met Georgy behoorlijk op, pauzes werden tot een minimum beperkt en beklimmingen niet bepaald op reserve genomen. Ondertussen had ik een weddenschap verloren. Het ging erom wie van ons vieren als eerste geconfronteerd zou worden met zijn lichamelijke tekortkomingen. Zou Georgy last van kramp krijgen, zoals gebruikelijk bij onze fietstochten? Zou Tom last krijgen van zijn blaren, omdat hij zulke goed ingelopen schoenen droeg? Zouden mijn gevoelige achillespezen me last bezorgen? Of was het Mark die een algehele instorting zou laten volgen door een wonderbaarlijke opstanding? Ter hoogte van de waterbassins van Coo sprintte ik samen met Tom (met zware rugzak op de schouders) om als eerste boven te komen. Dat ging dus niet goed, want al bij het aanzetten ging het mis, speelde m’n linker achillespees zodanig op, dat ik daar de rest van de dag bij iedere beklimming last van zou hebben. Georgy’s befaamde krampaanval bleef trouwens het hele weekend achterwege, Mark verslapte geen moment, slechts Tom kreeg – wegens succes geprolongeerd – later nog last van blaren, dus was ik niet de enige die geconfronteerd werd met z’n gebrek.

Na een lange afdaling de toeristische attractie van de dag: de watervallen van Coo. Dat moest worden gevierd met een terrasje en wat gezellige ‘pictures’. Ik was de enige die zich daar te buiten ging aan bier. De anderen waren verstandiger en dronken cola en koffie. De watervallen – het waren er maar liefst twee – waren niet bijster imposant, en blijkbaar niet eens natuurlijk, maar dat had de plaatselijke middenstand er niet van weerhouden er een groot toeristisch pretpark omheen te bouwen, veel restaurants, diverse frietkotten, een kartbaan en een heuse kabelbaan. Aan dikbuikige landgenoten in deze omgeving dan ook geen gebrek. Vanuit Coo daarna langs de kabelbaan steil omhoog. Ik zat aardig kapot. Bier, achillespezen, zware rugzak……geen enkel excuus gold. Ik kwam maar moeizaam naar boven, daar waar vooral Georgy en Mark gezwind het hazenpad kozen. Zigzag omhoog, het einde kwam gelukkig toch nog sneller dan verwacht. Maar goed, dat we “maar” in België klommen. Na de klim ging het alweer rap naar beneden richting Trois Ponts. Op karakter en dankzij het constante geouwehoer van Georgy bleef ik bij.

Trois Ponts vierde zijn kermisweekend en dat was te merken. Nog sfeerlozer dan anders, ondanks mega geluidsboxen en rondrazende botsauto’s. ,,Ger nog wat biertjes halen, de winkels zijn nog open”, klonk het spottend uit de monden van mijn vrienden. Of hadden ze zelf ook wel trek? Ik had echter de energie niet meer om mij naar de winkel te slepen, zeker met het vooruitzicht van een nieuwe klim. Weer een Eddy-Merckx-bekliming; de Cote d’Aisomont. Tom vond het fijn dat het weer eens even over de koers der koersen ging. Ikzelf snakte naar het einde van de route voor vandaag. Na een andermaal stevige klim richting Tour Leroux kwam dat einde midden in het bos. Op ‘gevoel’ zochten Mark en Georgy een plek midden in de bossen en vonden zacht mos en een heuse metalen vuurkorf, annex drinkbak. Helemaal leeg zakte ik neer tegen een boom. Geen biertje om op te slurpen. Dat werd er nog even fijntjes ingewreven door mijn vrienden, die er zelf redelijk ongeschonden bijzaten, of was het schijn? Mark onderging ondertussen een transformatie van kaartlezer tot vuurmeester en was hout voor de open haard aan het verzamelen. In no time brandde een behoorlijk vuur. De pyromaan in Mark kon tevreden zijn.

Intussen de tenten opgezet. Met buitentent of niet, zou het gaan regenen vannacht? De voorspellingen wezen wel die kant op, maar van de andere kant, het was een prachtige dag geweest vandaag. Uiteindelijk toch maar voor de zekerheid een hele tent gebouwd. In Coo hadden we behoorlijk wat water ingeslagen, maar zou het wel genoeg zijn voor de schrobbeurt van Tom en de aanmaaksoep van Georgy, of vielen die twee wellicht te combineren? Nee, liever niet eigenlijk. Uiteindelijk hadden we ‘s-morgens niet veel water meer over, maar we overleefden. Broederlijk werden de maaltijden en het water gedeeld, terwijl Mark zijn Lidl-pasta rechtstreeks op het vuur verwarmde. Zo doen echte Ardennen-bikkels dat! In het dennenbos werd het inmiddels donker en stil. In de verte blaftte nog een dronken hond. Ook het eeuwige vliegtuiglawaai bleef. Tom viel het op dat hij de laatste twee uur de naam ‘Eddy Merckx’ niet meer gehoord had. Georgy vond het allemaal prachtig, dat stak hij niet onder stoelen of banken. Duidelijk was dat de kiem gelegd was voor een vervolgexpeditie. Het wilde er echter niet bij hem in dat deze mooi-weer-survival één pakket vormde met een winterexpeditie. Duidelijk dat hier nog eens nadrukkelijk over gesproken zou moeten worden. De vuurmeester lag intussen behagelijk op zijn matje tegen en boom aangeschurkt, onderwijl aan oploskoffiemeuk lurkend. Anekdotes uit eerdere survivals werden opgerakeld, terwijl het kampvuur van een ongekende kwaliteit was. Hoe zwart waren de bevroren tenen van Henk in de winter van 1987 ook al weer?

‘s Nachts kwam de regen alsnog, al snelde het weinig voor. Ik moest er echter wel uit, omdat ik ergens mijn rugzak had laten slingeren. Ik hoorde ook in de andere tent gerommel, was het Georgy die lepeltje-lepeltje ging liggen met Tom, omdat hij het zo koud had? Voetstappen in de nacht…was dát Georgy dan die zich aan het warmslaapwandelen was? ‘s Morgens bij het ontbijt werd in ieder geval alles ontkend. Koffie en thee van het laatste water en oud brood bij het geluid van een specht. Dat allemaal op een prachtige open plek midden in het bos. Even later weer onderweg en genoten van het uitzicht bovenop de Tour Leroux. De gelopen route was voor een groot deel te zien. Vandaag was het minder zonnig en warm, maar daarom nog niet minder zwaar, laat dat maar aan Mark (onze Hopman volgens Georgy) over. Door het bos kwamen we in Aisomont. Hier mistte Mark (laten we hem voor het gemak de schuld geven) een zijweg, zodat we uiteindelijk in Wanne bij een koffietent uitkwamen. Niet heel erg trouwens, konden we meteen onze watervoorraad weer op peil brengen. Mark verbaasde zich onderwijl over een mooie kaart van de omgeving die daar stond, die echter volstrekt onbegrijpelijk was, omdat hij in spiegelbeeld was weergegeven. Het noorden lag bijvoorbeeld beneden aan de kaart en het westen aan de rechterkant, wellicht Waalse humor om te lachen. De stramme benen voerden ons daarna de Wanne af en vervolgens dankzij een behulpzame bewoner, door wiens tuinhekje we mochten lopen, de bossen weer in en uiteindelijk weer bij de Amblève. Hier stuitten we op een mooi ‘soort onkruid’, waar Mark een bijzondere theorie op losliet die echter door niemand werd begrepen.

Namelijk (Mark schrijft zelf) "Wat is kruid en wat is onkruid? Onkruid is blijkbaar iets wat je niet wilt, maar wat wel overal groeit, 'kruid' is het tegenovergestelde. Maar wat gebeurt er nu als je iets hebt dat je wel wilt én overal (vanzelf) groeit, noem je het nog steeds onkruid? Aldus liggen kruid en onkruid heel dicht tegen elkaar aan en kan het zo maar omgekeerd zijn (kruid wordt onkruid en onkruid wordt kruid), dat je je af moet vragen of de definitie van (on-)kruid de juiste is. Duidelijk toch?!!?"

Het viel andermaal op dat Georgy wel erg gemakkelijk liep. Hierop was vooraf niet gerekend. Geen kramp? Nee, niets van dat al. Toen hij zijn bijzondere – op Tai Chi gebaseerde – loopstijl in slow motion demonstreerde begrepen we dat die kramp ook niet zou komen. De volgende keer krijgt hij ter compensatie een rugzak van 20 kg. op zijn rug. In Stavelot liepen we langs de Stockeu. Fijn, konden we het weer even over ‘de Eddy Merckx’ hebben. Volgens Mark in Stavelot geen tijd voor een terrasje, want er wachtten ons nog vele zware kilometers. Na een driehoekig pleintje door een tunneltje, waar ook een beekje doorstroomde. Een mysterieuze plek, die door Mark vakkundig werd gefotografeerd. Foto gelukt? Ja, we konden verder. Toch best handig dat digitale fotograferen. 79 Foto’s maar liefst! Er waren tijden dat ik erop aangesproken werd waarom ik toch zoveel ‘pictures’ schoot, tegen dit geweld was echter geen (on)kruid gewassen. Of ze mijn foto’s ook even mochten zien. Hahahaha.

Na de genoemde riooldoorgang langs een prachtige rotsmuur verder omhoog door een weide met koeien. Nu liepen we door een veenachtig gebied en Mark wilde verder en verder. Tijd om in te grijpen, vonden Tom en ik. Want als het aan Mark en zijn route lag waren we om zeven uur vanavond nog niet bij de auto. We weken dus – na enig aandringen – van die route af en liepen een bos in. Tijd voor wat mooie natuuropnames en ook tijd om de weg kwijt te raken. We nuttigden onze laatste broodjes en dronken nog maar eens koffie, alternatieve thee en soep.

Gesterkt door deze stop hervond onze Hopman daarna het goede pad. We kwamen op de doorgaande weg naar La Gleize en daarna op een zogenaamde B-weg, toen we achterop gefietst werden door een aantal Vlaamse wielertoeristen die de weg volledig kwijt waren. Mark bekeek de door hen overgelegde kaart vluchtig en wees en raadpleegde zijn (onze?) eigen kaart en kompas. De Vlamingen zaten compleet fout en Mark wees hoe ze wel moesten fietsen. Meteen werd hij gebombardeerd tot hun ‘Hero’. Het zal je maar gezegd worden! Daar waar wij dachten dat ze al lang uitgestorven waren, bleken wij er zo maar een in ons midden te hebben. Opgetogen en ons veilig wanend vervolgden we onze weg. In La Gleize nog maar eens “de bovenloop” gevolgd, waarbij ik andermaal de rol moest lossen, Mark, Georgy en Tom gingen te hard. Via de kasteeltuinen van kasteel Froidecour en wat pijnlijk prikkeldraad uiteindelijk om klokslag 17.00 uur terug in Stoumont. De Peugeot van Mark kwam niets te vroeg.

Op naar friet en bier.